Xander De Rycke: “Arrogant zodat ze me niet kunnen raken”
August 30, 2009 by StampMedia
Filed under Cultuur & Sport
Xander De Rycke is een jonge komiek. Hij lacht met alles dat zich op het randje van het acceptabele ligt, maar even goed met duiven of stoelen. Dit jaar speelt hij niet enkel op de stand-up comedymarathon van de cultuurmarkt in Antwerpen, maar hij organiseert de voorstellingen ook.
Xander, dit jaar organiseer je de marathon. Hoe is café Buster bij jou terechtgekomen?
Xander De Rycke: Veel Vlaamse komieken hebben het begin van hun carrière aan dit café te danken. Café Buster geeft elke beginner een kans, zolang ze maar eigen materiaal spelen. Ik speel nog maar anderhalf jaar in het café en Liliane, de bazin van Buster, heeft het druk, daarom heb ik de organisatie van deze marathon op mij genomen. Eigenlijk heb ík café Buster gevonden en niet andersom. Ik wilde ook het niveau een beetje verhogen. Andere jaren stonden hier veel meer komieken, maar 90 procent waren slechte beginners. Dit jaar hebben we ook beginners, maar zij zijn beloftevol.
Wat is de bedoeling van de marathon? Nieuw materiaal laten horen of een beetje reclame maken voor de comedy?
De Rycke: Nieuw materiaal laten horen is zeker niet de bedoeling. Als het dan niet werkt, daalt dat niveau weer. We willen er vooral voor zorgen dat de mensen die hier vandaag komen, andere komieken ontdekken. Daarom hebben we ook bewust de line-up niet doorgegeven. Als jouw favoriet pas op het einde komt, moet je eerst alle anderen zien en zo ontdek je misschien wel iemand die je goed vindt.
Zit er in de marathon een favoriete van jou?
De Rycke: Ik vind ze allemaal wel goed. Jovanka Steele, Thomas Smith, Bart Cannaerts en Alex Agnew zijn natuurlijk allemaal super. Op internationaal vlak zie ik heel graag Amerikaanse komieken, zoals Steven Lynch.
Alex Agnew was jouw coach in Comedy Casino, jij hebt zijn voorprogramma gespeeld en tegenwoordig staan jullie zelfs samen op het podium. Heb jij het gevoel dat jij in zijn schaduw staat?
De Rycke: Alex is al langer bezig dan ik, dus het is normaal dat hij bekender is. Hij kijkt niet naar mij als iemand die onder hem staat, dus we kunnen perfect samen op het podium staan. Naast collega’s zijn we ook gewoon goede vrienden en dat is perfect om samen te werken. Ook als we brainstormen over onze shows, zitten we vaak samen. Het publiek kan dan wel merken dat onze humor op verschillende vlakken overeenkomt, maar we hebben natuurlijk niet dezelfde grappen.
Naast die brainstormsessies, waar vind jij je nieuwe materiaal?
De Rycke: Overal eigenlijk. Als ik iets grappigs zie met een stoel, dan kan ik tijdens mijn show een kwartier staan lullen over die stoel. In mijn volgende show zitten stukken over wat ik iemand op de bus heb horen zeggen en over duiven. Om maar te aan te geven dat alles kan.
Je speelt nu al vrij lang ‘Uw zoete 666’, wordt dat niet saai na verloop van tijd?
De Rycke: Eigenlijk wel. Voor het publiek is dat natuurlijk anders, die komen niet elke show. Bepaalde moppen die ik langer speel, worden uiteindelijk ook publiekstrekkers. De mensen vragen er om.
Wij hebben hier nog het geluk een klein land te zijn. Om de 2 jaar moeten wij wel een nieuwe show hebben. In Amerika is dat helemaal anders, de komieken daar moeten soms tot 5 jaar lang hetzelfde materiaal spelen.
Je maakt soms beledigende moppen over populaire mediafiguren zoals Regi Penxten of Tokio Hotel. Meen je dat of is dat om reactie uit te lokken?
De Rycke: Dat zijn echt wel dingen die mij irriteren en het publiek reageert er ook op. De toeschouwers zijn vaak rond de 20 jaar, net zoals ik, en dat zijn vaak de mensen die fan zijn XX van Regi of Tokio Hotel. Als ik daar dan een grap over maken, krijg ik een hele felle reactie en dat is best wel grappig.
Ben je in het echte leven ook zoals op het podium?
De Rycke: Hoe ik ben tijdens de show is een uitvergroting van mijn karakter. In het begin kreeg ik vaak de commentaar dat ik arrogant was. Ik stelde mij zo op, opdat de mensen mij niet konden raken. Als zij het goed vonden, liet ik niet merken dat ik er blij mee was; als ze het niet goed vonden, dan zagen ze ook niet dat ik dat erg vond.
Nog een slotvraag: wat zou je doen in het leven als je geen komiek was.
De Rycke: Waarschijnlijk nog bij het OCMW staan (lacht). Nee, het zou nog altijd iets creatief zijn. Ik heb foto en film gestudeerd en ik schrijf ook vrij vaak.
Oké, bedankt voor het interview.
© 2009 – StampMedia – Zahra Schuerewegen


